In de Jaren ’20 ontstond de Filmliga: een collectief van o.a. filmmakers en recensenten, dat de avant-garde film naar Nederland wilde brengen. De stroming kenmerkte zich door een onderzoekende omgang met film. In tegenstelling tot de commerciële film, waar de focus lag op het narratief, was de avant-garde film gericht op vernieuwende camerastandpunten en ritmische montage.

Het ontstaan van de Filmliga valt niet los te trekken van de Amsterdamse bioscoop, ‘De Uitkijk’. Net als Kriterion heerst er binnen de Uitkijk een non-hiërarchische organisatievorm, gerund door studenten. Door wederzijdse ondersteuning sloegen de Uitkijk en Kriterion zich door de Nederlandse filmcensuur, op zoek naar de vertoning van subsersieve films.

De Filmliga maakte naam met de vertoning van de Russische ‘bolsjewistische propagandafilm’ De Moeder (1926). Deze omstreden film werd tijdens de eerste screening door de politie stilgelegd, vanwege een vertoningsverbod. Dit optreden van de handhaving zorgde ervoor dat de Filmliga bekendheid verwierf en zich zo rap door het land verspreidde.

Door de vergrootte interesse in avant-garde film, wist Mannus Franken zijn film ‘regen’ in de Uitkijk te vertonen.

Alhoewel het avant-garde genre gedomineerd werd door voornamelijk mannen, verscheen in de Uitkijk het werk van Germaine Dulac. La Coquille et le Clergyman (1928) richt zich op de vrouwelijke behoefte aan vrijheid, die in fel contrast stond met de dagelijkse onderdrukking van het burgerlijk huwelijk.

PROGRAMMA

Donderdag 4 november
17:15 Regen (1929) + La Coquille et le Clergyman (1928) Meer info
19:30  De Moeder (1926) Mee